Auteursarchief: Krina

Ontmoeting| Joop Moesman | 1932

Twee weken geleden was in Utrecht in het Centraal Museum om de tentoonstelling “De tranen van Eros, surrealisme en de seksen” te zien. In Nederland is het surrealisme nooit echt een succes geweest, maar als er iemand als Nederlandse surrealist moet worden aangewezen, dan is het zeker de Utrechtenaar Joop Moesman. Hij leerde zichzelf tekenen en was zijn leven lang in dienst als tekenaar van de Nederlandse Spoorwegen en in zijn lunchpauzes werkte hij aan zijn schilderijen. In de tentoonstelling speelt Moesman de hoofdrol, maar er is ook veel (internationaal) werk van andere, grote kunstenaars zoals Dalí te bewonderen. Op dit werk is duidelijk de invloed van Dalí op Moesman te zien; het overdreven, beetje uitgelopen vrouwenlijf en de paarse hand verwijzen zeker naar Dalí.

Bosgezicht | Jan Hendrik Weissenbruch | 1900

Weissenbruch behoorde tot die kunstenaars van de Haagse School die vrijwel nooit op reis gingen; zij vonden hun inspiratie in en om Den Haag. Maar drie jaar voor zijn dood maakte Wiessenbruch dan toch een reis. Eigenlijk was het een soort bedevaartstocht; een bezoek aan Barbizon. Barbizon waar de Franse tegenhanger van de Haagse School, De School van Barbizon gehuisvest was. Blijkbaar had de School van Barbizon zo’n indruk op hem gemaakt dat hij besloot er naar toe te gaan. Hij hield enorm van de natuur en probeerde de sfeer zo goed mogelijk weer te geven.

Gezicht bij Geestbrug | Jan Hendrik Weissenbruch | 1868

“Licht en lucht, dat is kunst! Ik kan in m’n schilderijen, vooral in de luchten nooit genoeg licht brengen. Soms lukt het, soms niet.” Hier is het wel gelukt zou ik zeggen, wat een prachtige lucht! Weissenbruch schilderde niet zomaar een Hollands polderlandschap met een molen en wat bootjes; hij schilderde de Trekvliet bij Den Haag. Hoewel het lijkt alsof hij het spontaan op doek bracht, maakte hij dit schilderij in zijn atelier. Daar probeerde hij aan de hand van schetsen die hij wel ter plekke had gemaakt, de sfeer van een zonnige, winderige zomerdag vast te leggen.

Stalinterieur | Jan Hendrik Weissenbruch | 1895

Jan Hendrik Weissenbruch (1824-1903) was een Nederlandse kunstschilder. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste schilders uit de Haagse School. Ongeveer tussen 1870 en 1900 gaven twee generaties kunstenaars van de zogenaamde Haagse School in ons land artistiek de toon aan. Hun thema’s waren: landschappen, vee, interieur en dan vooral uit de arbeidersklasse. Dat is ook meteen het verschil met hun tijdgenoten, de kleurige impressionisten. Zij verbeelden vooral het mondaine stadsleven in Parijs en de Haagse School hield zich vooral bezig met arbeiders en vissers. Ook hun kleurgebruik was minder uitbundig. Wel werkten zij meestal ook in de buitenlucht.

Fine weather Georgian Bay | J.E.H. McDonald | 1913

In 1920 was MacDonald mede-oprichter van de Group of Seven , die zich toelegde op het promoten van een aparte Canadese kunst die is ontwikkeld door direct contact met het Canadese landschap. Samen initieerden ze de eerste grote Canadese nationale kunstbeweging en produceerden schilderijen die direct waren geïnspireerd op het Canadese landschap. Elke zomer, beginnend in 1924, reisde MacDonald naar de Canadese Rockies om de bergachtige landschappen te schilderen die zijn latere werk domineerden. Tegen die tijd was hij enigszins vervreemd geraakt van de rest van de Group of Seven, omdat veel van de jongere leden op een abstractere manier begonnen te schilderen. Van 1928 tot aan zijn dood was MacDonald de directeur van het Ontario College of Art. Tegenwoordig wordt MacDonald algemeen geroemd om zijn werk en de betekenis daarvan voor de Canadese kunstwereld.