Categorie archief: 20ste eeuw

Naakt meisje | Gwen John | 1910

Vanaf 1911 woonde John in Meudon, een voorstad van Parijs. In 1913 bekeerde ze zich tot het katholicisme. In haar dagboeken uit die periode staan veel gebeden en meditaties opgenomen en ze uit de wens “Gods kleine kunstenaar” of een heilige te mogen worden. Haar relatie met Rodin komt tot een einde. Tot aan het einde van haar leven zou ze een teruggetrokken leven leiden. Ze exposeerde enkel in 1919 op de Salon d’Automne en had in 1936 haar enige solo-expositie in Londen. Haar laatste schilderij dateert van 1933. In 1939 stortte ze in elkaar tijdens een verblijf in Dieppe en overleed daar in een ziekenhuis, op 63-jarige leeftijd. Ze overleed zonder veel erkenning te hebben geoogst.

Meisje met ontblote schouders | Gwen John | 1910

Het werk van John bestaat hoofdzakelijk uit vrouwenportretten in klein formaat, meestal van onbekende modellen, vaak ook nonnen. Ze schilderde echter ook interieurs en landschappen en maakte veel schetsen van haar katten. Hier en in het volgende stukje zien we het portret van model Fenella Lovell. Rodin had Lovell als model afgewezen omdat hij haar te dun vond, maar haar blauwe ogen spraken John tot de verbeelding. Zelf boeit dit portret me ook; het meisje ziet er ontredderd, verdrietig en een beetje ziekelijk uit. John schilderde langzaam, haast neurotisch, vanuit een systematische voorbereiding. Een van haar modellen zei ooit: “ze maakt je haren los, kamt het alsof het haar eigen haar is en langzaam neemt haar hele persoonlijkheid bezit van je”.

Meisje lezend bij het raam | Gwen John | 1910

Gwen John was de dochter van een advocaat en de oudere zus van kunstschilder Augustus John. Ze werd tijdens haar leven als schilderes overschaduwd door haar broer, maar tegenwoordig neemt de waardering voor haar werk toe. Van 1895 tot 1898 studeerde ze te Londen aan de Slade School of Fine Art en aansluitend ging ze vier maanden in de leer bij James McNeill Whistler te Parijs. In 1899 keerde ze terug naar Londen, maar in 1904 vestigde ze zich definitief in Frankrijk, te Parijs. In datzelfde jaar zou ze model staan voor de 35 jaar oudere beeldhouwer Auguste Rodin, wiens minnares ze werd en tien jaar lang zou blijven. Ze verkeerde in vooraanstaande artistieke milieus en was bevriend met kunstenaars als Matisse, Picasso, en Brancusi.

Meisje in bed | Frederick Carl Frieseke | 1936

Frieseke maakte ook wandschilderingen voor diverse Amerikaanse hotels, maar de puriteinse beperking die hij in de Verenigde Staten voelde weerhield hem van een definitieve terugkeer. In 1920 werd hij in Frankrijk opgenomen in het Legieon van Eer. Hij overleed in 1939 op 65-jarige leeftijd te Le Mesnil-sur-Blangy. Ik moet zeggen dat ik op mijn dwalingen me niet kan herinneren iets van hem in een museum te zijn tegen gekomen, maar hoop dat daar snel verandering in komt. Ik hou jullie op de hoogte.

Middag- Gele kamer | Frederick Carl Frieseke | 1910

Nog zo’n prachtig werk van Frieseke, al kan ik de titel “Gele kamer” niet helemaal plaatsen. Frieseke verbleef in het begin van de twintigste eeuw afwisselend in new York en Parijs, nam deel aan tal van internationale tentoonstellingen en won diverse prijzen, waaronder medailles op de Louisiana Purchase Exposition(1904), de Internationale Kunsttentoonstelling in München (1904) en de Panama-Pacific International Exposition(1915). Geïnspireerd door Whistler schilderde Frieseke vooral vrouwelijke naakten en portretten, maar ook wel landschappen en ander genrewerk, meestal in zachte kleuren. Zijn stijl hield een beetje het midden tussen de decoratieve stijl van Les Nablis(een groep van post impressionistische Franse schilders), met het intense kleurgebruik en de aandacht voor patronen, en het klassieke impressionisme, met haar interesse in zonlicht en atmosfeer.