Categorie archief: 20ste eeuw

Ontmoeting| Joop Moesman | 1932

Twee weken geleden was in Utrecht in het Centraal Museum om de tentoonstelling “De tranen van Eros, surrealisme en de seksen” te zien. In Nederland is het surrealisme nooit echt een succes geweest, maar als er iemand als Nederlandse surrealist moet worden aangewezen, dan is het zeker de Utrechtenaar Joop Moesman. Hij leerde zichzelf tekenen en was zijn leven lang in dienst als tekenaar van de Nederlandse Spoorwegen en in zijn lunchpauzes werkte hij aan zijn schilderijen. In de tentoonstelling speelt Moesman de hoofdrol, maar er is ook veel (internationaal) werk van andere, grote kunstenaars zoals Dalí te bewonderen. Op dit werk is duidelijk de invloed van Dalí op Moesman te zien; het overdreven, beetje uitgelopen vrouwenlijf en de paarse hand verwijzen zeker naar Dalí.

Bosgezicht | Jan Hendrik Weissenbruch | 1900

Weissenbruch behoorde tot die kunstenaars van de Haagse School die vrijwel nooit op reis gingen; zij vonden hun inspiratie in en om Den Haag. Maar drie jaar voor zijn dood maakte Wiessenbruch dan toch een reis. Eigenlijk was het een soort bedevaartstocht; een bezoek aan Barbizon. Barbizon waar de Franse tegenhanger van de Haagse School, De School van Barbizon gehuisvest was. Blijkbaar had de School van Barbizon zo’n indruk op hem gemaakt dat hij besloot er naar toe te gaan. Hij hield enorm van de natuur en probeerde de sfeer zo goed mogelijk weer te geven.

Fine weather Georgian Bay | J.E.H. McDonald | 1913

In 1920 was MacDonald mede-oprichter van de Group of Seven , die zich toelegde op het promoten van een aparte Canadese kunst die is ontwikkeld door direct contact met het Canadese landschap. Samen initieerden ze de eerste grote Canadese nationale kunstbeweging en produceerden schilderijen die direct waren geïnspireerd op het Canadese landschap. Elke zomer, beginnend in 1924, reisde MacDonald naar de Canadese Rockies om de bergachtige landschappen te schilderen die zijn latere werk domineerden. Tegen die tijd was hij enigszins vervreemd geraakt van de rest van de Group of Seven, omdat veel van de jongere leden op een abstractere manier begonnen te schilderen. Van 1928 tot aan zijn dood was MacDonald de directeur van het Ontario College of Art. Tegenwoordig wordt MacDonald algemeen geroemd om zijn werk en de betekenis daarvan voor de Canadese kunstwereld.

The Tangled Garden | J.E.H. MacDonald | 1916

In maart 1916 exposeerde MacDonald “The Tangled Garden” in de Ottawa Society of Artists. Hoewel bespot door kunstcritici van die tijd, was het een vrij conventioneel post-impressionistisch schilderij van zonnebloemen – een schilderij dat herinnert aan Vincent van Goghs behandeling van het onderwerp van bijna veertig jaar eerder, maar waarin MacDonald zou vertrouwen op schetsen van zonnebloemen die hij maakte in zijn eigen tuin in Thornhill, Ontario.  Gewend aan de soepele vermenging en gedempte tonen van Canadese academische kunst in de stijl van de Canadian Art Club , waren de critici verbaasd over de helderheid en intensiteit van de kleuren. De kunstcriticus van de “Toronto Daily Star” noemde het “een onsamenhangende kleurmassa”. [

The little Falls Sketch | J.E.H. McDonalds | 1918

MacDonald werd geboren op 12 mei 1873 in Durham , Engeland, als zoon van een Engelse moeder en Canadese vader, die meubelmaker was.  In 1887 emigreerde hij op 14-jarige leeftijd met zijn gezin naar Hamilton , Ontario .   Dat jaar begon hij zijn eerste opleiding als kunstenaar aan de Hamilton Art School. Vanaf 1911 legde hij zich totaal toe op een carrière als landschapskunstenaar. In de herfst van 1918 reisden MacDonald, en andere kunstenaars naar het Algoma district ten noorden van Lake Superior in een speciaal uitgeruste Algoma Central Railway-auto die functioneerde als een mobiele kunstenaarsstudio. De groep koppelde hun auto aan treinen die door het gebied reisden en wanneer ze een schilderachtige locatie vonden, koppelden ze los en brachten ze tijd door met het verkennen en schilderen van de wildernis.