Categorie archief: Renaissance-Barok

Hoofd van een jonge man | Peter Paul Rubens | 1601

Zelf ben ik altijd het meest gecharmeerd van Rubens portretten, de rest is allemaal nogal overweldigend, vind ik. Als voorbereiding op zijn schilderijen maakt Rubens niet alleen olieverfschetsen van de compositie, maar ook van afzonderlijke hoofden. Sommige schetsen maakte hij voor een specifiek persoon in een bepaald schilderij. In andere gevallen laat hij modellen voor zich poseren en weet hij nog niet hoe hij ze zal gebruiken. Hij maakte tientallen tronies die hij en zijn ateliermedewerkers erbij konden pakken als ze een voorbeeld nodig hadden. Sommige hoofden komen steeds weer terug in zijn schilderijen terwijl hij anderen nooit of zelden heeft gebruikt.

De drie gratiën | Peter Paul Rubens | 1630

Natuurlijk bezocht ik ook de tentoonstelling “Pure Rubens” in Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Men toont het grootste overzicht van Rubens olieverfschetsen in 65 jaar. Boijmans en het Museo Nacional del Prado in Madrid werkten samen om de mooiste werken bijeen te brengen. “De god van de schilders”, zo werd Rubens door zijn tijdgenoten genoemd. Hij was één van de meest invloedrijke en succesvolle schilders van zijn tijd. Rubens bereidde zijn werken vaak voor met een schets van olieverf op paneel. Een niet voor de hand liggende keuze, maar hij was daarin niet de eerste, maar wel een cruciaal vernieuwer; niemand paste de olieverfschets op zo’n veelomvattende wijze toe als hij.

Portret van Henry Vlll | Hans Holbein de Jonge | 1540

Hans Holbein verhuisde naar Engeland om er hofschilder te worden van koning Henry Vlll. Hij maakte vele portretten van hem. Henry wilde graag dat iedereen in het land zijn gezicht zou kennen en aanbidden. Daarom liet hij Holbein vele portretten van hem schilderen, waarop de koning er altijd een beetje knapper werd afgebeeld dan hij in werkelijkheid was. Hij was geen knapperd en woog maar liefst 178 kg. Aardig was hij ook niet; als hij zijn zin niet kreeg liet hij net zo makkelijk een hoofd afhakken…En nu zitten wij met al die lelijke  portretten!

De gezanten | Hans Holbein de Jonge | 1553

Deze twee belangrijke mannen zijn de ambassadeur van Engeland,  Jean Dinteville en zijn vriend George de Selve, bisschop van  Lavaur. Zoals je ziet worden ze omringt door allerlei instrumenten (astronomische, muziek en wetenschappelijke), dit symboliseert hun kennis en macht. Holbein wijst er echter op dat al deze grootheid en arrogantie eindigt in het graf. Hij contrasteert hun rijkdom met doodssymbolen; de gebroken ring van de luit en de uitgrerekte schedel voor hen, die men slechts vanaf één positie kon bekijken. Dat wordt een anamorfose genoemd( een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet).

Portret van Edward Vl als kind | Hans Holbein de Jonge | 1538

Hans Holbein werd geboren in Duitsland als de zoon van Hans Holbein de Oude. Eerst was hij bij zijn vader in de leer, maar later vertrok hij naar Basel om daar leerling te worden van Hans Herbster. In zijn vroege periode maakte hij vooral religieuze werken, maar hij vestigde zich in 1526 in Engeland en daar was geen vraag naar religieuze werken, daarom hield hij zich vooral bezig met het maken van portretten. Edward Vl  was koning van Engeland van 1547 tot 1553 en stamde uit het huis Tudor. Hij was de enige wettige zoon van Henry Vlll, en besteeg al op 9 jarige leeftijd de troon. Hier ziet hij er aller schattigst uit, maar zijn leven was kort; hij stierf op zijn 15de aan tbc.