Categorie archief: Renaissance-Barok

De gezanten | Hans Holbein de Jonge | 1553

Deze twee belangrijke mannen zijn de ambassadeur van Engeland,  Jean Dinteville en zijn vriend George de Selve, bisschop van  Lavaur. Zoals je ziet worden ze omringt door allerlei instrumenten (astronomische, muziek en wetenschappelijke), dit symboliseert hun kennis en macht. Holbein wijst er echter op dat al deze grootheid en arrogantie eindigt in het graf. Hij contrasteert hun rijkdom met doodssymbolen; de gebroken ring van de luit en de uitgrerekte schedel voor hen, die men slechts vanaf één positie kon bekijken. Dat wordt een anamorfose genoemd( een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet).

Portret van Edward Vl als kind | Hans Holbein de Jonge | 1538

Hans Holbein werd geboren in Duitsland als de zoon van Hans Holbein de Oude. Eerst was hij bij zijn vader in de leer, maar later vertrok hij naar Basel om daar leerling te worden van Hans Herbster. In zijn vroege periode maakte hij vooral religieuze werken, maar hij vestigde zich in 1526 in Engeland en daar was geen vraag naar religieuze werken, daarom hield hij zich vooral bezig met het maken van portretten. Edward Vl  was koning van Engeland van 1547 tot 1553 en stamde uit het huis Tudor. Hij was de enige wettige zoon van Henry Vlll, en besteeg al op 9 jarige leeftijd de troon. Hier ziet hij er aller schattigst uit, maar zijn leven was kort; hij stierf op zijn 15de aan tbc.

Het voorstel | Judith Leyster | 1631

Het moge duidelijk zijn dat dit voorstel een oneerbaar voorstel lijkt te zijn. De man die de bundel geld toont en de vrouw die geen enkele interesse lijkt te hebben doen toch zoiets vermoeden…Judith Leyster was behoorlijk vernieuwend voor de periode waarin ze leefde:het was zeker toen niet gebruikelijk dat een vrouw dit soort taferelen schilderde of überhaupt schilderde, maar ook haar losse penseelvoering was niet gebruikelijk in die periode. Haar werk kun je vooral bewonderen in het Frans Halsmuseum, Rijksmuseum en dit werk in het Mauritshuis in Den Haag.

Meisje met strooien hoed | Judith Leyster | 1635

Zoals al in het vorige stukje gemeld  werd Judith in 1636 toegelaten tot het Sint Lucasgilde. Ze is daarmee een van de slechts twee vrouwen die in hele zeventiende eeuw tot het Haarlemse kunstenaarsgilde werden toegelaten. Ze trouwde in Heemstede met de kunstschilder Jan Miense Molenaer en kreeg vijf kinderen. De zorg voor haar gezin vormde waarschijnlijk een belemmering voor haar schilderscarrière, aangezien er nauwelijks werk van haar bekend is van na 1636, hoewel Leyster als een betere schilder wordt gezien dan haar echtgenoot. In elk geval schilderde ze waarschijnlijk niet meer onder eigen naam. Er wordt gedacht dat ze schilderde in het atelier van haar man.

Lachende kinderen | Judith Leyster | 1649

Judith Leyster was een wonderkind, maar over haar formele scholing is niets bekend. Duidelijk is wel, zeker op dit werk goed te zien, dat ze beïnvloed werd door Frans hals. Zij was zijn leerling in 1628. In 1633 werd ze lid van het St. Lucasgilde en had in 1635 zelf al diverse leerlingen. In 1636 trouwde ze met de schilder Jan Miense Molenaar en het paar vestigde zich in Amsterdam. Zij legde zich toe op genrethema’s; schilderijen van momenten uit het huiselijk leven.