Categoriearchief: 20ste eeuw

Veldbloemetjes | Lucie van dam van Isselt | 1920

Lucie van Dam schilderde, aquarelleerde, tekende en etste stadsgezichten, een enkel landschap en veel portretten. Maar vooral als bloemschilderes zou zij als beeldend kunstenaar naam maken. Een regelmatig terugkerend onderwerp zijn ‘meizoentjes’ die vrijwel jaarlijks in olieverf of aquarel werden geportretteerd. Lucie van Dam van Isselt zal ruim vijfentwintig jaar in Veere wonen en werken. Als geen ander heeft zij in haar werk de schoonheid van Veere in al zijn facetten gevangen. Toch zal zij met name als schilderes van kleine verfijnde (bloem)stillevens grote bekendheid verkrijgen. Vrij onverwacht vertrekt zij in maart 1933 uit Veere en vestigt zich in Den Haag, waar zij in juni 1949, enkele dagen voor haar achtenzeventigste verjaardag overlijdt. Een mooie tentoonstelling en zeker een goede reden om Veere eens te bezoeken! Meer info: www.museumveere.nl

Vogelnestje | Lucie van Dam van Isselt | 1945

Na haar opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1891-1894) woonde Lucie van Dam met haar gezin in Oosterbeek, de eerste Nederlandse kunstenaarskolonie. In 1907 vestigde zij zich, na haar scheiding, als zelfstandig kunstenaar in Veere. Veere was voor haar geen onbekend terrein. Met haar nicht de Domburgse schilderes Mies Elout-Drabbe (1875-1956) had zij Veere reeds regelmatig bezocht. Het stille en pittoreske Veere was een ideale plek om haar leven weer op orde te krijgen en zich geheel aan de kunst te wijden. In 1909 hertrouwt zij met de bekende, maar gevreesde kunst recensent Albert C.A. Plasschaert (1874-1941) en enkele jaren later verhuizen zij samen naar het huis Sint Sebastiaen aan de Kaai. Ondanks hun beider grote culturele belangstelling houdt het huwelijk geen stand en wordt eind 1922 ontbonden.

Duizendschoon | Lucie van Dam van Isselt | 1925-30

Deze zomer was ik nog maar eens in Veere, want het is een wonderschoon stadje, waar je meteen een vakantiegevoel krijgt. Prachtige straatjes, leuke winkeltjes en zicht op de Oosterschelde en als klap op de vuurpijl ook nog een mooie tentoonstelling! In het Museum Veere: “Lucie van Dam van Isselt, een markante Veerse Joffer”. Museum Veere is gevestigd in twee prachtige historische gebouwen: de Schotse Huizen aan de Kaai, waar deze tentoonstelling te zien is en het monumentale Stadhuis aan de Markt. In de zomer van 1907 vestigde Lucie van Dam van Isselt zich als zelfstandig kunstenaar in Veere. Zonder dit te weten zou zij de eerste van negen vrouwelijke kunstenaars worden die in de loop der jaren in Veere woonden en werkten: De Veerse Joffers.

Zonder titel | Karel Appel | 1961

Karel Appel staat bekend om een aantal uitspraken die vaak te letterlijk werden genomen, zoals: “Ik rotzooi maar wat aan”. Met zijn persoonlijkheid, gedurfde materiaalkeuze en afwijzing van intellectuele theorieën had hij echter wel een sterke (beeldende) invloed op de andere Nederlandse Cobra kunstenaars. Mede door het bekrompen klimaat in Nederland in die tijd, besloot hij in 1950 naar het wereldse Parijs te vertrekken. Intussen kreeg hij steeds meer internationale bekendheid en in 1968 kwam er dan ook eindelijk een solotentoonstelling van hem in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In 2006 stierf hij in Parijs en ligt aldaar begraven op het beroemde kerkhof Père Lachaise, dus volgende keer niet alleen Jim Morrison bezoeken, maar ook even langs Karel! Geknoei of niet ik vind dit een prachtig schilderij en een mooie tentoonstelling. Nog te zie t/m 24 oktober Meer info: www.cobra-museum.nl


Vechtende vogels | Karel Appel| 1958

Over de Cobra-beweging zei Karel Appel later: “We wilden helemaal opnieuw beginnen, net zoals een kind”. Al in 1947 schilderde hij figuren, menselijke en dierlijke wezens met grote hoofden en kinderlijk, wijd open ogen. Kindertekeningen vormden een belangrijke inspiratiebron voor Appel. De kunst van de Cobra-beweging, en zeker ook die van Appel, is hier dan ook vaak mee vergeleken. Dat was zeker niet altijd positief. Ik kan me uit mijn jeugd wel herinneren dat men hem en zijn kunst uitlachten; “een knoeier, kindertekeningen”. Later werd er toch anders over gedacht: je in het volwassen leven op kinderlijke wijze verwonderen over de wereld en dit weten over te brengen, kon Karel appel als geen ander!