Categoriearchief: 18de en 19de eeuw

Landschap met sloot | Paul Joseph Constantin Gabriël | 1886

Vorig weekend bezocht ik het Kröller Müller Museum in Otterlo vanwege de expositie over Marinus Boezem (zie mijn vorige berichten) en natuurlijk maakten we er een heerlijk dagje museum en natuur van. Dit museum is echt één van mijn favoriete museums in Nederland. De eerste keer dat ik het bezocht is meer dan veertig jaar geleden en eigenlijk is er niet zo heel veel veranderd; prachtige kunst, binnen en buiten in een prachtige omgeving: het Nationale Park De Hoge Veluwe. Het plezier begint al als je de auto hebt geparkeerd, je moet een witte fiets uitzoeken waar je je tocht door het park op gaat maken. Welke fiets ga ik nemen….? Zoek niet te lang, want de eerste de beste keer dat je hem ergens hebt neer gezet ben je hem alweer kwijt. Hilarisch om gewoon legaal een fiets te “pikken”. Heerlijk fietsen naar het museum en dan prachtige kunst, zoals dit mooie werk van Gabriël; een juweeltje.

Badkoets op het strand | James Ensor | 1876

Dit prachtige schilderijtje maakte Ensor toen hij pas 17 jaar oud was. Men beweert soms dat het symbool staat voor zijn eenzaamheid. Men vond hem een rare, mensenschuwe snuiter. In 1883 werd hij lid van de kunstenaarsclub Les XX. Deze club groeide uit tot een merkwaardige groep vernieuwers in de Belgische kunstwereld. Elke schilder met een beetje naam of op weg naar bekendheid, zou op de salons van Les XX exposeren. Uiteindelijk werd zijn aparte visie meer en meer aanvaard door de kunstkenners. In 1893 kocht het Brussels Prentenkabinet een groot aantal van zijn gravures. Nu kom je zijn werk over de hele wereld tegen. In MuZee in Oostende kun je ook werk van hem bewonderen en in het Ensorhuis dus het verhaal van zijn leven. Via een app kun je ook een Ensorwandeling maken, echt heel leuk!

De intrede van Christus in Brussel | James Ensor | 1888

Dit monumentale werk is zijn meest spectaculaire: het is 2,58 meter hoog en 4,31 meter breed. Om het werk te maken, moest Ensor het gedeelte van het doek dat hij zou beschilderen aan de muur spijkeren terwijl de rest op de grond bleef liggen. Hij ging te werk met beide kanten van zijn borstel en gebruikte ook paletmessen en spatels, waardoor het niet vreemd is dat het doek wordt beschouwd als een voorloper van het expressionisme. Ensor wilde de Intocht tonen op de salon van Les XX, maar de kunstbeweging, die hij mee had opgericht, weigerde. Hij bewaarde het dan maar in zijn woonkamer in Oostende. In 1929 kreeg het grote publiek het doek voor het eerst te zien op een tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten. Later is het verkocht aan het Paul Gettymuseum in Los Angeles.

De Baden van Oostende | James Ensor | 1890

Zoals ik vorige week al vertelde was ik deze zomer een paar dagen in Oostende en als je Oostende zegt dan zeg je “James Ensor”. Ensor is er geboren en getogen en dat kun je helemaal herbeleven in het James Ensorhuis. Voorheen een oud stoffig, maar toch ook heel leuk museum, maar nu totaal vernieuwd naar de maatstaven van deze tijd. Het oude woonhuis van Ensor (vroeger een souvenirwinkel) is zo goed als hetzelfde gebleven, maar nu is er een naastliggende ruimte bijgevoegd en daar krijg je een totale beleving van hoe Ensor leefde in het Oostende van begin 1900. Dit schilderij wordt via een diapresentatie helemaal ontrafeld en dat is bijzonder grappig. Ensor dreef de spot met de preutse badgasten die toch naar het strand gingen en elkaar begluurden. Echt een enorme toevoeging deze uitbreiding van het museum, zeker een bezoekje waard!

Natuur of overvloed | Léon Frédérick | 1895

Eind jaren 1880 werd Frédérick lid van de avantgardistische kunstkring “L’Essor”. Vanaf die tijd ontwikkelde hij geleidelijk een eigen, modernistische stijl die uiteindelijk als symbolistisch getypeerd zou worden. Frédéric was al tijdens zijn leven een succesvol schilder. Hij exposeerde in binnen- en buitenland, onder andere in 1896 in het “Salon d’Art Idéaliste”. In 1904 werd hij lid van de Koninklijke Academie en op 24 april 1929 werd hem de titel van baron toegekend. Hij overleed in 1940, op 83-jarige leeftijd. Diverse werken van Fréderick bevinden zich in het Museum voor schone Kunsten in Gent en het Fin de Siècle Museum in Brussel, maar ook in het Philadelphia Museum of Art en het Musée d’Orsay zijn schilderijen van hem te bezichtigen.