Tag archieven: George Minne

De fontein der geknielden | George Minne | 1905

De fontein der geknielden is het belangrijkste werk van Minne (MSK Gent). Deze fontein bestaat uit een vijfvoudige herhaling van een zichzelf gekeerde, knielende jongeling. minne was een diepreligieuze kunstenaar. Er zijn tekeningen bewaard waarop deze fontein in een liturgische context staat. Ze kan bijvoorbeeld herinneren aan de “Bron van het Leven” op het centrale paneel van het Lam Gods in de St. Baafscathedraal. De bronzen groep die je nu vlak bij de kathedraal aantreft, dateert uit de jaren 1930 en is uitgevoerd in een stijl die aansluit bij de Art Deco. Verder bevinden zich bronzen versies van de beeldengroep in de tuin van het parlementsgebouw te Brussel, in Wenen en op het graf van Robert Long in Den Haag.

Solidariteit | George Minne | 1898

Dit mooie werk van George minne zag ik in het MSKGent. In 1898 ging Minne zich in Sint- Martens-Latem vestigen en nam er de eerste Latemse groep kunstenaars op sleeptouw, de kunstschilders Albijn van den Abeele, Valerius de Saedeleer, Albert Servaes en Gustave Van de Woestyne. Het werd de groep der mystieke symbolisten, de zgn. eerste Latemse school. Kort voor de Eerste Wereldoorlog, in 1912, werd hij leraar aan de Gentse Academie. Tijdens de oorlog week hij met zijn vrouw uit naar Wales. Na de oorlog trok hij terug naar de Academie, als leraar, tot 1919. Op 25 april 1931 werd hem een baronnentitel verleend. Hij werd begraven op het kerkhof van Sint-Martens-Latem.

Manstorso | George Minne | 1910

Op mijn tripjes naar België kwam ik telkens beelden van George Minne tegen, zoals hier in het Middelheimmuseum in Antwerpen. Dat is niet zo vreemd, want Minne was één van Belgisch grootste kunstenaars. In 1883 schrijft George Minne zich in voor de lessen schilderkunst aan de Academie voor Schone Kunsten van Gent. De ouders van Minne hebben niet veel op met de artistieke keuze van hun zoon. Zij zien liever dat hij een opleiding volgt tot architect, een beroep wat hem meer aanzien en financiële zekerheid biedt. Hij volgt wel een tijdje architectuurlessen, maar gaat uiteindelijk toch zijn eigen weg. Hij gaat schilderen en later beeldhouwen. Het jaar 1886 betekent een totale ommekeer in het oeuvre van Minne. Hij verlaat de Academie en betrekt een atelier in het Patershol in het oude centrum van Gent.