Tagarchief: Jacques-Louis David

Napoleon in zijn studeerkamer | Jacques-Louis David | 1812

In 1794 kwam Robespierre ( de leider van de revolutie) ten val en voor David braken er gevaarlijke tijden aan. Als zijn trouwe volgeling belandde David 6 maanden in de gevangenis, vanwege zijn rol in de revolutie. Hij wist zich er uit te praten door te zeggen dat hij verleid was door diverse individuen en het duurde niet lang of hij bleek een groot bewonderaar te zijn van de nieuwe heerser: Napoleon Bonaparte…..Dat was een slimme zet, want Napoleon stelde hem aan als zijn hofschilder. Zo kon hij de campagnes van Napoleon verheerlijken en de leden van het hof vereeuwigen. Helaas liep het met Napoleon ook niet zo goed af en moest David vluchten naar Zwitserland en later Brussel. Daar stierf hij in 1825 in ballingschap.

Zorgen | Jacques-Louis David | 1773

Dit is een vroeg werk van David. Een jaar later won hij de Prijs van Rome, voor een ander schilderij. Door eerdere tegenslagen was de kunstenaar depressief en wilde zich uit hongeren, maar door de prijs kreeg hij weer een positieve impuls. Hij vertrok naar Italië en zag daar voor het eerst kunstwerken uit de klassieke oudheid. Zijn eigen schilderijen in rococostijl vond hij daarna niet goed meer en hij kreeg opnieuw een diepe depressie. Hij ging heel anders schilderen; zijn figuren leken daarna wel gebeeldhouwd. De stijl wordt classisime genoemd. Toch vind ik dit een prachtig werk van David!

De dood van Marat | Jacques- Louis David | 1793

De helden van de Franse revolutie zagen zichzelf als de nieuwe Grieken en Romeinen, en deze houding kwam natuurlijk ook tot uiting in de kunst van de late 18de eeuw. Vooral David kon de ideeën van de revolutie goed tot uiting brengen in zijn schilderijen. Hij werd als de artistieke leider gezien van de revolutionaire regering. Op 13 juli 1793 diende Marie-Anne Charlotte Corday, een aanhangster van de girondijnen, zich bij Jean Paul Marat aan onder het voorwendsel dat zij informatie over een groep girondijnen had en stak hem neer. David werd gevraagd de begrafenis te organiseren en een schilderij te zijner gedachtenis te leveren. Omdat Marat leed aan een jeukziekte die hij alleen kon verlichten door veel te baden, werkte hij dikwijls in zijn badkuip. Hij is gestorven met zijn ‘wapen’ in de hand, hier afgebeeld naast het bebloede mes.